
Er is veel advies over slaap dat aardig klinkt, maar niet echt toepasbaar is als je er beter naar kijkt.
Een goed advies is pas een goed advies als:
- Het het probleem kan oplossen.
- Het probleem kan oplossen op het moment dat het er is.
- Het praktisch toepasbaar is.
Allereerst kun je naar slaap kijken vanuit een fysioloisch perspectief, dat is waar 90% van wat je je leven al hoort op gebaseerd is. Je bent een soort plantje dat met de zon meerdraait. Als het donker wordt, gaan je blaadjes dicht.
Maar dat blijkt een heel beperkte insteek te zijn dat nauwelijks iets met het feitelijke probleem van slaap te maken heeft.
Ik neem mezelf graag als ultiem proefkonijn. Ik heb een popcorn brein dat dag en nacht actief is, ik ben ondernemer met alle ups and downs waarmee dat gepaard gaat. Van succes tot op de rand van de afgrond: en toch ben ik instaat elke ochtend op te staan met een super slaapscore. Niet omdat ik geen koffie drink – dat is mijn slaapmutsje – niet omdat ik een verduisterde kamer heb of niet op mijn telefoon kijk, maar omdat ik begrijp hoe slaap werkt en hoe ik er baas over ben.
Je kunt namelijk 100 boeken over slaap lezen, 300 youtubefilmpjes bekijken en 400 linkedin posts, ze gaan allemaal over hetzelfde: slaaphygiene en mindfulness. Oftewel je gedrag, drink geen koffie, de omgeving, een koele kamer of meer ontspannen.
De ironie is dat volgens de HErsenstichting, afgerond, 7 op de 10 mensen beter wil slapen en ik in mijn onderzoek onder 8000 respondenten uit kom op 8 op de 10, dan is er een groot gat tussen wat we willen en dat het niet lukt ondanks al die goedbedoelde adviezen.
Ik constateerde dat we gegijzeld worden door een twee antieke theorieën die simpelweg niet aansluiten bij wat we willen en hoe dat op te lossen, met als gevolg dat we als mensheid collectief zeggen: ‘Laat maar’ en ondertussen onze vitaliteit in bed achterlaten.
